Onze spraakwaterval

Iedere keer weer ben ik boos. We kennen al jaren, we praten veel. Samen vormen wij een spraakwaterval die oneindig blijft stromen. Hij vertelt altijd hoe hij te weinig verdient. Op het moment dat ik hem tips geef over hoe te besparen, dan doet hij er niks mee. Dan vertelt hij me weer hoe weinig hij verdient. Als ik zeg dat hij moet stoppen met zeuren, dan zegt hij dat hij niet zeurt. Het is een cirkel waar we niet uitkomen.

Toch nodig ik hem vandaag uit om bij mij langs te komen. Ik heb zelf vakantie en doe heel erg hard mijn best om al mijn verantwoordelijkheden van me af te laten glijden en te genieten van de tijd die ik eindelijk voor mezelf heb. De vrije tijd doet me goed. Ik geniet van ieder moment dat ik in mijn roze badjes door mijn huisje scharrel. Tot hij binnen kwam. Een dikke donderwolk boven zijn hoofd zette mijn hele woonkamer onder water.

Toch heeft het wat. Hij vertelt me over hoe hij omkomt in zijn verantwoordelijkheidsgevoel en onvermogen om te plannen. Deze bijten elkaar. Hij durft namelijk tegen niemand nee te zeggen, waardoor iedere keer zijn planning in het honderd loopt.
Ik durf het niet tegen hem te zeggen, maar volgens mij is zijn grootste angst afgewezen te worden, waardoor hij geen nee durft te zeggen. Dit heb ik al vaker tegen hem gezegd, maar hij praat er altijd overheen en ontkent alles. Wat het dan wel is, weet hij ook niet.

Ik doe echt mijn best, maar iedere keer als hij ergens mee zit, lukt het me niet om hem te helpen. Hij blijft hetzelfde gedrag vertonen als voorheen en het lukt hem niet om het te veranderen. Als dan na ruim een jaar praten, eindelijk het probleem huisvesting is opgelost, dient het probleem huishouding zich aan. De twintig borden staan al een week in de gootsteen en de stofzuigerzak is nog leeg. Ik weet niet wat ik kan doen voor hem.
Zijn buurvrouw heeft aangeboden zijn huis schoon te maken, maar hij durft er geen gebruik van te maken. Nu voel ik de behoefte om hem aan te bieden dat ik dan zijn huis schoonmaak, maar eigenlijk heb ik daar de tijd niet voor. Ik kan wel tijd maken, maar ik voel dat ik andere prioriteiten heb. Daar voel ik me schuldig over, maar aan de andere kant, zou het hem ook niet helpen als iemand eenmalig zijn huis een keertje schoonmaakt. Zolang hij tegen niemand nee kan zeggen, zal dit probleem zich blijven voordoen. Daar probeer ik hem dus maar bij te helpen, maar ook dat lijkt niet te lukken. Hoe dring ik toch tot hem door?

Nu zit hij hier, op mijn bank, en rollen er een paar tranen over zijn wangen. Hij doet het niet expess. Het is gewoon echt ontzettend moeilijk voor hem om zijn gedachtegang en gedrag aan te passen, ondank dat hij zelf ook weet hoe belangrijk dat voor hem is.
We voeren hetzelfde gesprek dat we al honder keer gevoerd hebben. Het eindigt ermee dat ik Pink Floyd op zet en een sigaretje ga roken onder de afzuigkap. Waneer ik terugkom in de woonkamer, op de bank, onder een dekentje. Al twee keer bijna in slaap gevallen, besluiten we dat we vannacht samen hier slapen. Hopelijk geeft dit hem wat afleiding en gezelligheid, en voelt hij zich toch een stukje beter, ookal is dan ook vandaag de afwas niet gedaan.

Lekker verwarrend weer

Hier zit ik dan, met mijn ex, de dag nadat ik een date heb gehad. Alles voelt verwarrend. Ik weet voor beide niet wat ik voel. Het is zo jammer dat het niet sociaal geaccepteerd is om polyamoreus te zijn. Dat zou het allemaal een stuk makkelijker maken. Sind ik in bed ben beland met mijn date, en me enigzins heb opengesteld voor de gedachte aan een relatie, voel ik ineens de sterke behoefte om om me heen te kijken en het een en ander te proberen. Tinder lokt mij, me ex lokt mij en ook mijn date lokt mij. Dat terwijl ik eingelijk helemaal niet zeker ben over wat ik voel voor mijn date. Op papier passen we goed bij elkaar, maar ik voel geen vuur. Ja, tuurlijk, de spanning van de lange blikken en de zachte aanrakingen trekken mij. Maar hadden deze niet net zo goed van een andere voorbijganger kunnen komen?

De keren dat ik wel vuur voelde, hield het nooit lang stand. Dus misschien is het inderdaad goed om een keer wat anders te proberen, maar van dat proberen wordt ik ongeduldig. Misschien groeit het uit tot iets heel moois en waardevols, maar op dit moment is het gewoon nog niet zo veel. Is dat de moeite van het proberen en alle bijbehordende emoties waard? Ik weet het zo goed nog niet. Hij lijkt er nuchter in te zijn, het lijkt er op dat hij misschien ook niet zo veel voelt, waardoor ik de gok wel durf te wagen.

Misschien is het ook wel een leugen. Toen hij voor het eerst was blijven slapen, toen we voor het eerst echt van elkaar doorhadden dat we interesse in elkaar hadden, was hij de volgende ochtend helemaal in de gloria. Ik weet niet of dat de juiste bewoording is, maar hij kon niet ophouden met praten. En dan vooral over hoe fijn het wel niet was. Daar zat hij dan, in zijn onderbroek in mijn tuin. Ik naakt onder mijn roze badjas. De buurvrouw groette ons vriendelijk vanaf haar balkon, maar was ook erg snel weer weg.
Ik denk dat het niet zozeer gevoelens voor mij waren, maar dat het meer het gevoel van voor het eerst seks na anderhalfjaar, met je tweede bedpartner ooit, is geweest. Ik weet nog wel hoe veel indruk mijn tweede bedpartner op mij maakte, dus dat snap ik wel. Maar misschien waren het ook wel oprecht gevoelens voor mij.

Ik heb dit aan mijn beste vriendin verteld. Zij heeft ook goed contact met hem. En toen ik gister bij hem was, begon hij spontaan, onder het genot van een glas wijn, ineens over dat hij geen verwachtingen had. Ik keek hem diep aan, hij keek terug. Toch was hij de eerste die wegkeek. Misschien is het een leugen, maar als dat zo is, dan geloof ik hem graag.

Ik ging tegenover hem staan. Hij steekt boven mij uit. Ik raakte hem zachtjes aan. Langzaam zakte hij tot een hoogte waarop ik hem kon kussen. Onze lippen raken. We houden elkaar vast. Dit heb ik lang niet meer zo gevoeld. Toch mist er wat. Het weerhoudt me er niet van om hem me te laten optillen en op bed te leggen.

Vriend uit het verleden

Ineens stuurt hij me een berichtje via Facebook. Ik heb hem al minstens zes jaar niet gesproken. Ik herinner me hem als de jongen waar ik een kleine crush op had, in de periode in mijn leven waar ik daar het minste ruimte voor had. Ik was depressief en suicidaal. Ik kende geen andere kleur dan zwart. Na mijn zelfmoordpoging waarbij ik hartstikke dood had moeten zijn, belande ik op een gesloten afdeling. Na een paar weken, en heel veel pushen van mijn moeder, vonden ze voor mij een plekje op de open afdeling in Zwolle. Daar mocht ik wonen samen met andere mensen en heel veel problemen. Omdat ik nu huisvesting en controle had, was het tijd voor mij om aan therapie te beginnen. Omdat ik niet de diagnose autisme had, die ik nu zes jaar later wel heb, mocht ik niet in therapie met mijn huisgenoten. Ik moest naar Enschede voor mensen met een ontwikkelingsstoornis.

Het was verschikkelijk om gescheiden te worden van de mensen die ik kende. Ik moest naar een nieuwe groep waar ik niemand kende. Ik wilde ook niemand leren kennen. Ik wou dood, daar hoorde geen nieuwe contacten bij. Toch moest ik, en ging ik er in mee.

Daar was ook hij. De enige man in de therapiegroep. Al vanaf het eerste moment vond ik hem warm en zacht. Hij was niet zo gebroken als de andere meiden. Hij was wel helder bij geest en kon luisteren en meedenken. Hij snapte dan welliswaar niet hoe het was om dood te willen zijn, maar juist dat onbegrip deed mij twijfelen aan mijn eigen waarheid.

Hij had warme bruine ogen, was langer dan wij allemaal en was zelfs best gespierd. Ik durf te wedden dat ik niet de enige was die aan hem dacht buiten de therapie om. Aangezien hij de enige man was, en wij in deze groep onze intiemste geheimen deelden, hadden wij sowieso een speciale band. Hier mocht alles gezegd worden wat je buiten niet kon zeggen. Alle gedachten mochten er uit, hoe luguber ze ook waren. Voor- en nadelen over de dood, het mes in je vlees, de afstand tussen jou en de wereld. Alles mocht besproken worden. De eeuwige eenzaamheid, de haat. Alles ging op tafel. Ja, tuurlijk was er altijd wel een drempel. Gedachten omzetten in woorden gaat niet vanzelf, maar als je dat eenmaal leert, dan wordt het een soort tweede natuur.

Ik zou ons bijna een sekte noemen. Zo innig, zo gestoord waren wij. De therapeuten hielpen ons een boel, maar we hielpen voornamelijk elkaar. Simpelweg door te luisteren en te erkennen en herkennen. Weten dat je niet de enige bent, en dat iemand, die tot in de kern snapt wat jij voelt, je alsnog niet gunt dat te voelen. Ookal weet je zelf niet beter dan dat. De hoop naar een betere toekomst was soms moeilijk te voelen, maar toch deelden wij dit met elkaar.

Ik zat niet lang met hem in therapie. Deze vrouwen met persoonlijkheidsstoornissen pasten niet bij zijn hulpvraag rondom aggressie. Daarom stopte hij al gauw met therapie. We schreven afscheidskaarten en hadden samen lunch. Met zijn cadeautjes op zak, verliet hij ons voorgoed.

De therapie ging door. Een lid armer.

Samen worstelden we ons door onze gedachtes, gewoontes en verlangens. De een ging dat beter af dan de ander. Zo deed de een de ene zelfmoordpoging na de ander waardoor ze vaak afwezig was. En stopte de ander met snijden waardoor eindelijk haar huid kon herstellen. Samen huilden we. Maar ook verzwegen we. Sommige onderwerpen waren te moeilijk. Seksueel misbruik en verkrachting kwamen wel aan de orde, maar niemand durfde zijn verhaal te doen. De angst was groter dan de vertrouwdheid van de groep.

In de pauzes werd er wel over gesproken, maar zodra de volwassenen erbij kwamen viel iedereen stil. Als dit bekend zou worden, zou je dan andere therapie moeten krijgen? Moest je dan uit de groep? Wat als er geen begrip voor was? Wie begreep dit immers? Stilte heerste. Ik hoop dat alle meiden zich na mijn vertrek toch hebben kunnen uitspreken. Ik hoop dat ze begrijpen dat zij niet de schuldige zijn. Dat dit ze niet gegund is en dat ze het al helemaal niet verdiend hebben.

Ik sprak me wel uit. Ik denk dat het voor mij het makkelijst was. Ik was immers niet seksueel misbruikt of verkracht. Waar ik mee te maken had gehad, was een vriendje wat harder pushte dan dat ik mijn grenzen kon aangeven. Uit angst hem te verliezen stemde ik in. Pas veel later realiseerde ik me dat er een grens was waar overheen was gegaan. Dit vond ik heel moeilijk om te bespreken. Ik had immers ingestemd. Maar toch voelde ik me altijd vies als ik eraan terug dacht. Ik hoop dat voor de meiden die het niet besproken hebben, dat ze hebben gehoord wat er tegen mij is gezegd. Ik hoop dat ze snappen dat hetzelfde voor hen geldt. Dat manipulatie niet jouw schuld is.

Misschien had ik beter moeten luisten. Want een paar jaar later gebeurde het weer. Ik heb me weer laten manipuleren. Ik liet niet één maar twee mannen in mijn leven die mij wilden beïnvloeden in hun voordeel. De een was schadelijk en de ander niet.

De onschadelijke was eerlijk met mij. Hij vertelde mij hoe hij mij voor zichzelf wou. Hij gaf mij ruimte, hij gaf mij een keus. Ik was naïef en geloofde niet dat hij het meende. Toen hij mij zoende en ik hem wegduwde, realiseerde ik me pas dat hij het meende. Dat had ik niet verwacht van een man, twee keer zou oud als ik, met een dochter twee jaar jonger dan dat ik ben. Hij zoende me in het hok achter het restaurant waar ik werkte en waar hij zo zijn invloeden had. Er was op dat moment toevallig niemand in het hok. Misschien dat hij zich daarom vrij voelde. Maar hij was niet de enige. Ook ik voelde ruimte. Ik voelde de ruimte om nee te zeggen. Ik schreeuwde en duwde hem van me af. Als ik het met goed herinner respecteerde hij dat niet gelijk, maar na nog meer schreeuwen, wat ertoe leidde dat de chef naar het hok kwam, dat was wel genoeg voor hem om afstand tot mij te bewaren en uiteindelijk weg te gaan.

De chef heeft nooit wat tegen mij gezegd. En ik nooit wat tegen hem. Hij kwam niet voor me op, hij gaf me de schuld niet. Alsof hij nooit wat gezien had. Ik moest het zelf maar oplossen.

Wat de chef niet wist, was dat deze man de minste van mijn zorgen veroorzaakte. Mijn baas, dat was de man die alsmaar in mijn hoofd zat.

De man die mij fijne klussen en chille werkdagen bezorgde als ik hem over mijn rug liet aaien. De man die me meer fooi gaf als ik beaamde wat voor top team we waren. De man die me na een twintigdagige werkweek overuren liet draaien als ik mijn hoofd afwende als hij me een kus wou geven.

We waren allemaal zo vrij. Iedereen hield van elkaar. Dus viel het niet op dat hij misschien een beetje verder van mij hield dan van de rest. Ik was afhankelijk van mijn werk. Dit was de enige plek die ik kende waar ik me thuisvoelde. Dit was de plek waar ik bestaansrecht had. Waar ik mijn best kon doen, zonder iets kapot te maken.

Maar hij moest perse mij hebben. Ik wou niet, maar twijfelde ook bij mezelf of dat wel waar was. Knuffelen met de chef vond ik niet erg, waarom dan met hem wel. Ik moest wel meegaan. Ik gaf immers ook een kus aan mijn collega/vriendin. Dus waarom niet aan hem. We waren toch zo’n top team?

Ik had het niet door. Ik had niet door dat ik gemanipuleerd werd. Ik dacht dat het mijn eigen gedachten waren. Ik dacht dat ik initiatief toonde uit eigen belang. Ik had niet door dat hij dreigde om mij mijn veilige leven af te nemen waar ik zo sterk de behoefte aan had.

Toen hij mijn huis binnenkwam terwijl ik naakt in bed lag, kwam het niet eens in me om op tegen te stribellen. Ik had hem toch binnengelaten?

Kort daarna is hij onstlagen, omdat ik een klacht had ingediend. Toen kwam aan het licht dat ik niet de enige was. Gelukkig hoefde niemand anders een klacht in te dienen omdat die van mij zwaar genoeg woog. Nog steeds droom ik er snachts van dat ik hem in elkaar sla. Dat ik naar zijn vrouw schreeuw wat voor man hij is. Dat ze moet rennen, dat ze het kind moet meenemen wat ze van hem heeft gekregen. Vlucht meid, vlucht! Of zou het ook voor haar al te laat zijn….?

Vandaag stuurde dus de jongen van therapie mij een berichtje. Hij heeft geen flauw benul van wat mij nadertijd is overkomen. Hij appt me lief. Meerdere berichten. Ik voelde de oude crush opkomen en voel me gelukkig als ik aan zijn gezicht denk.
Dan ineens legt hij uit waarom hij met appt. Hij staat op het station maar heeft geen saldo…. Eigenlijk, eigenlijk voel ik me niet eens zo gekrenkt. Ik ben blij dat hij me appt. Dat hij niet aan me voorbij is gegaan. Ik vraag zijn rekeningnummer en ik maak het aan hem over. Hij vraag of ik wil appen via Whatsapp. Ik voeg hem toe en verheug me op een gesprek. Maar dan volgen ineens tussenpozen van tientallen minuten tussen de berichten. Was dit waar ik op gehoopt had?

De (on) zin van het leven – de tweede

Het vallen het dwalen het vangen van de dag nog voordat zij wakker is.
Het omhoogheven van dat wat naar beneden kijkt
Een visie bieden, onafhankelijk van helderheid
Het kijken van hier en verder. Het hangen zonder haast. Blijven niet meer gaan
Onderweg rusten. Stilstaan tijdens het verdergaan.

Ongedwongen onbevangen met zorgen toch je rug kunnen rechten. Verliezen zonder te missen. Lichter worden zonder gewicht te verliezen.
Je staart vangen na het maken van vele rondjes om je as.
Blaadjes wiebelen om de takken heen, van velen maken een dans.

De dans ontspringen erin meegaan deinen op dat wat
Volgt en vormt
Deelt tot het meervoudigd is.

Druppels vallen samen maken een patroon
Van hier en niet verder. Dieper de grond in. Om weer verheven te mogen worden
Om opnieuw te gaan om opnieuw te vormen, dat wat al was.

Zuid-Oost XIV Zwembad

Om de drukte van de keuken te ontvluchten; en om zogenaamd nuttig te zijn op mijn vrije dag; en om de gasten wat te kunnen vertellen; en ook omdat ik het leuk vind, ben ik vandaag meegegaan met een gratis tourgids door Florence. Op de vroege morgen mocht ik aansluiten aan de ontbijttafel, die voor de verandering eens niet door mij georganiseerd werd. 

Uiteraard wil ik optimaal genieten van mijn vrije dag en ben ik wat eerder opgestaan zodat ik niet hoefde te haasten. Uiteraard ben ik uiteindelijk alsnog rennend en haastend het gebouw uitgegaan. Met de bekende stenen en hobbels onder mijn voeten kon ik enigszins snel en gemakkelijk mijn weg naar de obelix vinden die was aangewezen als beginpunt van de tour, waar zich een stuk of vijftig mensen zich verzameld hadden om de twee gidsen die allebei keken alsof ze altijd lachen, maar eigenlijk een hekel hebben aan het punt in het leven waarin zij zich nu bevinden, ver van het uitkomen van hun werkelijke dromen, maar te beleefd en verbitterd om er over te klagen. En uiteraard zou dat hun portemonnee ook niet helpen aangezien die afhankelijk is van de vriendelijkheid en vrijgevigheid van de mensen die zij rondleiden. 

Als reiziger alleen, ben je best vaak alleen (duh), dus ook bij de obelix stond ik alleen. Gelukkig zijn mensen die alleen reizen wel wat vaker eenzaam (goh dat klinkt nu al tegenstrijdig) en vaak duidelijk te herkennen aan het feit dat ze alleen staan (duh). Een jonge vrouw die ook alleen reisde, had mij dus zo uit de groep gepikt en begon zonder gêne een gesprek wat ertoe zou leiden dat wij voor de twee uren die de tour in beslag zou nemen, eventjes geen eenzame reizigers zouden zijn. Haar naam is Julia, ze komt uit Australië en woont in London, omdat er in Londen meer banen zijn voor juffen dan bij haar thuis. En uiteraard wilde zij altijd al graag reizen en was dit een perfecte combinatie voor haar. Ze heeft de zomervakantie dan ook gebruikt om rond te reizen door midden- en oost-Europa. We konden allebei maar half verstaan wat onze verloren gids ons vertelde, maar samen verstonden we alles en zelfs meer, omdat wij nu ook met meer ogen keken dan we deden voordat we elkaar ontmoet hadden. 

Tijdens de tour heb ik alsmaar rondgelopen met mijn bikini, handdoek en boek in de tas omdat ik van plan was tussen de tour en mijn school in eventjes te gaan zwemmen. Na de tour heb de gids gevraagd waar ik heen kon gaan. Nadat ik het gevraagd heb, heb ik het online opgezocht en alle zwembaden waren te ver weg voor mijn vermoeide lijf. Er was een zwembad dat dicht bij de tramhalte lag en ik besloot eens te koekeloeren naar de prijzen op de website. Uiteraard was de website Italiaans en uiteraard kon ik niks vinden over de prijzen. Dus besloot ik te bellen, want dat lezen in Italiaans is te moeilijk. Dat lukte natuurlijk niet omdat ik niet weet hoe ik naar buitenlandse nummers moet bellen. In de tussentijd zat ik al best een poos op mijn gat, op de stoep, op een of ander belangrijk plein in deze grote historische stad waar ik maar geen zwembad kon vinden. Eindelijk lukte het bellen! Maar het antwoord op de vraag of madame engels sprak, was duidelijk een nee. “Alleen vandaag zwembad mogelijk?” was het enige wat ik kon zeggen wat in de buurt kwam van mijn daadwerkelijke vraag. Het antwoord was lang en ingewikkeld en toen ik zei het niet te begrijpen gaf zij weer een lang en ingewikkeld antwoord. Toen ik vroeg of het antwoord nou een ja of een nee was, was het gesprek snel gedaan. Nee ik kon niet alleen vandaag zwemmen. Dank u wel mevrouw, groetjes!

Zuid-Oost XIII Sleutelgat

Ik zat lang te wachten op de gasten die al zouden arriveren voordat ik al klaar zou zijn met schoonmaken. Ze bleken vertraging te hebben, kwam ik achter nadat ik turbo turbo had schoongemaakt met het nieuwe Franse meisje. Toen we klaar waren met het schoonmaken van het huis – uiteraard kwam haar antwoord op de vraag of ze liever de wc of de vloer deed, erop neer dat ik de wc mocht doen – zijn we op de bank gaan liggen en hebben we niet gesproken. In stilte zijn we allebei in slaap gevallen en bij het wakker worden heb ik haar uit vriendelijkheid gezegd dat ze wel kon gaan, omdat het nog even kon duren en dat ik deze wel op mij wilde nemen, omdat zij hier nog maar net werkte. Zonder reactie vertrok ze binnen een paar tellen.

Uren later ging de deurbel. Ik, die hier ook nog maar net werkt, wist niet precies welk knopje was voor het openen van de deur beneden. Voor de zekerheid ging ik bovenaan het trappengat staan om te kijken of het ze gelukt was binnen te komen. Nog voordat ik kon kijken naar de gasten op wie ik zo lang – alleen – had zitten wachten viel de voordeur achter mij dicht, als een muur tussen mij en de sleutel die die deur weer zou kunnen openen. De reservesleutel was al eerder nodig geweest en logeerde daarom niet buiten het huis waartoe het behoort, maar verbleef eventjes binnen: achter de muur. 

Op blote voeten, de slaap uit mijn ogen wrijvend ben ik de trap afgelopen, op zoek naar de mensen die de bel hadden ingedrukt. Halverwege kwam ik een vrouw tegen met enkel en alleen een rugzak. Ik heb inmiddels best wat ervaring met ongemakkelijke situaties waarin ik mijzelf niet heb voorgesteld, dus ondanks dat ik verwachtte dat zij niet de reiziger zou zijn die de koffers niet in haar kamer zou kunnen uitpakken, omdat er een dikke muur is tussen haar kamer en ons, stelde ik mij toch voor aan haar. Ik vroeg haar of zij de reiziger was voor wie ik het huis zo snel had schoongemaakt en voor wie ik met mijn neus in de wc-pot heb gezeten, om daarna zonder dank achtergelaten te worden, om daarna nog uren te mogen wachten tot het moment van de verlossing kwam. Waarna ik uit pure beleefdheid per ongeluk een muur bouwde tussen de reiziger en haar kamer en een muur bouwde om mij en het eindeloos wachten heen. 

Ja, zij was de reizigster die had gedrukt op de bel waarvan ik niet wist hoe die werkte. Zij was ook de reizigster die niet erg goed Engels sprak en diens vriend tot mijn grote verbazing met drie koffers die wel een hele inboedel hadden kunnen zijn, de trap op kwam lopen. Ik heb ze maar stilgezet op de tweede verdieping.

Er staat een meisje tegenover je. Haar haren staan alle kanten op en haar ogen zijn dik van de slaap. Zij vertelt je dat je je huis niet in kan. Horen dat je nog eens twee extra trappen op mag, terwijl je koffers meesleept die nog zwaarder zijn dan de muren die ik in een tel gebouwd heb, is niet erg leuk.

Op de tweede verdieping waren ze blij. Ik dacht dat het kwam doordat ze niet verstonden dat ik zei dat het huis ontoegankelijk was, maar blijkbaar waren ze blij omdat het trappengat voor hun ook een prima eindpunt van reis was, wat betekende dat ze eindelijk pizza konden eten. 

Mevrouw heeft alle drie de koffers opengetrokken op de tweede verdieping om mij uiteindelijk een paar slippers en een peuk aan te bieden. Al klikklakkend ben ik met haar naar beneden gegaan om te wachten op mijn baas, terwijl haar vriend pizza ging halen. Ik wist niet wat de baas zou doen aangezien het onduidelijk was of er ergens nog een sleutel te vinden zou zijn. Het zou ook maar de vraag zijn of de sleutel met genoeg snelheid gevonden zou worden, om de gasten nog met een tevreden gevoel binnen te laten. 

Buiten sprak ik met mevrouw. Dat was wat lastig, maar ook heel makkelijk. Zij en haar vriend dachten namelijk niet verder vooruit dan een dag of twee. We hadden dus niet veel stof te bespreken, want het verleden was al geweest en ook daar interesseerde zij zich niet zo in. We hebben gelachen om de vrouwen die voorbij kwamen lopen met een hond en toen kwam mijn baas al aan. Samen met een vriend en de sleutels! Boven aangekomen zaten wij daar met vijf man en twee pizza en heel veel moe. Twee man aan pizza, twee aan thee en ik aan de koffie, mochten we toch samen gelukkig zijn voordat we de deur achter ons dichttrokken, zonder een muur te bouwen dit keer. 

Oost-Zuid-Oost IX Samen op stap

‘You, me, tomorrow…’ met haar vingers maakt ze een wandelgebaar. ‘Akropolis, Syntagma, yes?’ Hoopvol en gelukkig kijkt ze me aan. Ik kijk gelijk instemmend. Ze kijkt me vragend aan. Had ik haar vraag wel begrepen, moest ik er niet langer dan een milliseconde over nadenken? Nee tuurlijk niet. Ik wilde graag met haar op stap. Tuurlijk wil ik iedere dag aan het strand zitten, maar het is nog beter om samen wat leuks te doen en nieuwe dingen te zien. Uiteindelijk was dat wat ik zag helemaal niet zo nieuw. Ik had het al gezien op mijn vier uur durende tour, maar het was heerlijk om het haar en haar dochter door de straten te slenteren. 

We begonnen op Syntagma. Ze namen me mee door alle winkelstraten. Grote winkels, dure winkel, goedkope winkels, kleine winkels en nog meer winkels. ‘No money’ had ze gisteren tegen me gezegd toen ik vroeg of ze met me uit wou. Ik durfde geen winkels in te gaan, omdat ik haar niet in verlegenheid wou brengen. Haar dochter zou uiteraard wat willen kopen, en zij natuurlijk ook, maar dat hadden ze de ruimte niet voor. Dus liepen we in hoog tempo door de winkelstraten. Ik zou later wel terugkomen om te shoppen, mocht ik wat leuks zien. En dat gebeurde. 

Twee dagen later ging ik dan eindelijk naar de kraampje waar we langs waren gelopen. Ik kocht wel 4 sierraden bij hem. De ring deed ik gelijk om en een half uur later was mijn vinger groen van de uitslag. Helaas, misschien was dit het terugkomen dan toch niet waard. Toch voel ik me de koningin van de wereld met mijn nieuwe veroveringen. Ik voel me eindelijk vrouw. 

Laatst keek ik in spiegel en zag voor het eerst wat mannen zien. Niet het meisje dat ik me voel, met de veel te kleine borsten en rondingen die nauwelijks heupen te noemen zijn. Nee, ik zag voor het eerst een vrouw met een eigen wil en een eigen weg. Een eigen verlangen, een stuks zelfstandigheid en zelfredzaamheid. Iets wat veel mannen, maar ook vrouwen afschrikt, maar wat absoluut deel is van mijn kracht. Dit is waarschijnlijk ook deels de reden dat mannen soms zo brutaal zijn naar mij. Ze denken dat een zachte aanpak niet zou werken. Ze moesten eens weten. 

Dachi knuffelde me. Steeds weer en weer. Ik voelde me gevleid door zijn aandacht. Vond het fijn aangeraakt te worden door een man, ook al hoefde er voor mij niet meer aanraking te komen dan dit. We maakten foto’s waarin we elkaar diep in de ogen keken. Ik durf te wedden dat hij ze niet op Facebook durft te zetten, omdat hij dondersgoed weet dat ik zo iets niet wil, omdat ik van nature toch preuts ben naar de buitenwereld toe. Maar ik durf ook te wedden dat hij ze wel op Instagram zet, omdat hij graag wil pronken met de zogenaamde aandacht die hij krijgt. Ik zal het nooit weten. Zolang het maar geen bikinifoto is vind ik het best. Laat hem zijn ego lekker opkrikken.

Hij denkt later beroemd te worden als DJ. Is bereid 200 euro uit te geven aan een villa om vanuit daar een livestream te doen voor zijn 200 volgers, maar kan geen villa vinden welke zo goedkoop is, midden in het hoogseizoen. Teleurgesteld herhaalt hij dagelijks dat zijn zoektocht nog niet volbracht is. Maar een baan zoeken om meer budget te hebben is geen optie. ‘Men are stupid’ zegt Georgia die maar de helft van het verhaal begrijpt en er toch meer van snapt dan de mannen zelf die hun plan het beste plan in de wereld vinden. Ach ach ach wat te doen.

Oost-Zuid-Oost VIII Wie is er dominant

Dit is de derde keer dat ik aan dezelfde kraam kom. de vorige keer hebben we Facebook uitgewisseld en het is hem, tegenstelling tot mij, gelukt mijn naam te onthouden. Ik schaam me lichtelijk en hoop niet dat het hem opvalt dat ik hem niet bij zijn naam noem. De vorige keer heb ik hem gevraagd naar welke eilanden ik zou moeten reizen. Zijn donkere ogen glinsterden en ik moest lachen omdat zijn dikke baard onder zijn mondkapje uitstak. Hij begreep mijn humor niet maar kon er wel om mee lachen. Hij schreef de namen van drie eilanden voor me op op de achterkant van een bonnetje. Welke ik uiteraard een paar dagen later kwijt was. Samen met mijn huisgenote zijn we de de afvalbakken langs gegaan om het bonnetje vinden, om teleurgesteld terug te keren naar ons balkon.

Toch vond het ik bonnetje een aantal dagen later terug. Ik was in de tussentijd al naar een eiland geweest. Aegina was het eiland. Niet zo betoverend als ik me had voorgesteld. Het eiland had alles. Een kerk, kleine straten, authentieke uitstraling, standjes veel zee en fantastisch uitzicht op de omliggende eilanden. Het was een droomwereld. Toch kon ik niet genieten als een koning. Ik zou niet zeggen dat mijn verwachtingen te hoog waren, het eiland viel ook niet tegen. Toch was er iets wat mijn plezier in de weg zat. Ik heb daar ook niemand ontmoet. Geen vrienden gemaakt. Hoewel ik wel een tientje vond op de grond. Niemand zag dat ik het opraapte en in mijn portemonnee deed. Zelfs niet de politieagent naast wie ik stond.

Nu stond ik hier dan bij de kraam. Nu moest ik hem vertellen dat ik naar geen een van de eilanden was geweest welke hij mij had geadviseerd. Als reactie begon hij een monoloog over hoe je je vakantie hier zou moeten indelen. De eerste twee keren had ik dit gewaardeerd. Het gaf me richting en een beeld van alle mogelijkheden. Nu, naar het einde van mijn vakantie toe, was het alleen maar vervelend dat ik het in zijn ogen blijkbaar niet juist had gedaan. 

Mijn nieuwe huisgenoot, Buddy, noemt mij steeds een good girl als ik het vertel over mij en hij het goedkeurt. Ik voel me net een hond maar merk toch dat het mij ergens ook een gevoel van waardering en voldoening geeft als ik het goed doe. Ik mag deze man niet, hij speelt op die manier met mijn gevoelens en is heel druk bezig met het bewerkstelligen van dominantie. Stoere verhalen over hoe hij zijn eigen vissersboot heeft, waarop hij de baas is. Hoe hij commandant was in het leger. Ik word bang van deze man. Zijn ogen staand vriendelijk, maar zijn lichaam straalt wat anders uit. Hij zit met zijn benen wijd, armen gespannen en voeten bloot. Hij leeft in een andere wereld dan ik. In mijn wereld wordt er geen belang gehecht aan macht of orde in die vorm. In mijn wereld is iedereen gelijk en heeft iedere mening een macht. Geen enkele feit is op zichzelf staand of wordt als volledige waarheid aangenomen. In zijn wereld is zijn wil wet. Met diezelfde blik kijkt de man van de kiosk nu ok naar mij. 

Nee heren, ik pas. Laat mij mijn gang maar gaan.

Oost-Zuid-Oost VII De toekomst voorspellen

Lieve Georgia, hier zitten we dan weer samen aan het strand. Mijn haren voelen anders. Veel dunner en korter. Ik kan namelijk net bij Xara vandaan. Zij heeft met haar zachte handen, mijn haren gewassen verzorgd en geknipt. Met mijn nieuwe lokken voel ik me al hernieuwd. In het water wordt ik geaaid door mijn eigen haren. De golven dragen ze mee. 

Je ene dochter is 22 jaar, je andere dochter 9. Jouw dochter heeft  net als jij op haar 20e een kind gebaard. Je bent al oma, ook al ben je nog zo jong. Samen wonen jullie in een huis. Het is net als in turkije, heel gebruikelijk om altijd bij familie te wonen. Op jezelf gaan zonder partner is onbetaalbaar. Daarom wonen jij, je dochters en je kleinzoon samen in een huis. 

Xara woont ook bij haar moeder. Met haar korte pittige kapsel ziet ze er uit als een onafhankelijke vrouw die haar zaakjes wel regelt. Haar ogen zijn warm en zelfverzekerd. Haar houding een beetje afstandelijk wat doet vermoeden dat ze erg zelfstandig is. Maar ik had het mis. 

Ze woont bij haar moeder en kan de steun nu goed gebruiken. Ze is eenzaam en  net gedumpt. Ze had het niet zien aankomen aangezien ze praktisch al samenwoonden. Ze kan maar niet begrijpen waarom hij het uit heeft gemaakt. Het ging toch zo goed?

Als we terugkomen van een avond uit moeten we nog even wachten op de tram. Ik zit op een paaltje. Op het paaltje staat een piemel getekend welke nu precies naar mijn kruis wijst. We lachen. Haar gave gezicht wat onder de foundation zit vertoont lachrimpels en haar pupillen worden groter. ‘Je gaat lachen om wat ik nu ga zeggen’  antwoord ze mij als ik haar vraag wat zij morgen op haar welverdiende vrije dag gaat doen. ‘Ik heb Georgia gevraagd of zij iemand kent die mij kan helpen. Morgen om zes uur gaan we samen naar een vrouw, lke tarotkaarten voor mij gaat lezen.’ Ik had verwacht dat ik inderdaad zou lachen, maar ik zie hoe ze worstelt met al het onbegrip en kan me goed voorstellen dat een beetje duidelijkheid, maakt niet uit uit welke hoek het komt, haar goed zou helpen. Ik lach niet en knik instemmend toe. Ze kijkt verbaasd en bijna teleurgesteld terug. Misschien had ze gehoopt dat ik het absurd zou vinden, dat ik vond dat het leven al duidelijk genoeg was, dat dat haar richting zou geven. Maar nee, ik stem met haar in en zij verdwaalt nog verder in haar zoektocht.

Oost-Zuid-Oost VI De Turk

Na een bepaald tijdstip wordt er hier geen koffie meer verkocht. Nergens meer. Als ik de man in lichte paniek aan kijk en vraag waar ik dan wel koffie kan halen, nadat ik al meerdere restaurants ben afgegaan, vraagt hij het aan zijn buurman. Ja, het restaurant hiernaast heeft dan toch echt koffie voor mij. Er zit niemand, maar dat doet er vandaag eventjes niet aan toe. 

De Turk aan het strand wou ook. Hij sprak me aan, in het Turks. Niet wetende dat ik – Hollands meisje, blond haar – hem zou begrijpen. Verbaasd vroeg hij mij of ik Turks sprak. Het antwoord was ja. We voelden allebei hetzelfde. De enorme opluchting om eindelijk een soortgenoot te vinden. Letterlijk dezelfde taal spreken. Het ging me zo vloeiend af, ik zweefde op de woorden. Het gesprek vormde zich zo simpel zo onschuldig. We spraken, niet omdat we perse meer van elkaar wilden weten, nee wij wilden delen met elkaar. Hij keek me indringend aan. Zijn ogen dwaalden niet, maar bleven staren. De lichte rimpels en het begin van een sinaasappelhuid verraden dat hij de dertig gepasseerd was Zijn haren waren donker en krulden licht. Zijn baardje glom van het water. Het zout plakte aan zijn wangen. Langzaam stak hij zijn hand uit en haalde heel voorzichtig een vuiltje was bij mijn oog. Ik bedoel er niks mee hoor! Verontschuldigde hij zich, maar zijn glimlach zei wat anders. Ik besloot hem toch maar te geloven. Hij had me immers al uitgenodigd om samen eens wat te gaan doen, en daarna had hij ook gezegd dat hij niet in de romantische zin bedoelde. 

Toch, toen wij eenmaal het water uit waren en van elkaar hadden ontdekt waar onze handdoeken lagen, bleef hij naar mij kijken. Xara, de vriendin van Georgia, zat tussen mij en de Turk in, samen met nog wat andere vakantiegangers. Misschien dacht hij wel dat ik steeds naar hem keek al ik mijn blik of Xara richtte. Misschien was dat de reden dat hij maar bleef kijken. Misschien ook wel omdat dat de enige manier was waarop hij – zonder onbeleefd te zijn – aan mij kon duidelijk maken dat hij het toch wel in romantische zin bedoelde. 

Terwijl ik zijn blikken ontwijk pieker ik over wat ik moet doen. Met zijn verweerde huid, te vele en indringende blikken en zijn vervelende staren, wil ik hem eigenlijk niet meer zien. Aan de andere kant verlang ik vurig naar de soepelheid, het kinderlijke en het gemak van het delen van dezelfde taal. 

Hij kwam nog naar me toe om mijn nummer te vragen. Georgia en Xara maakten hem belachelijk. Dat deden we sowieso bij alle mannen, maar dit was anders. Ik had al begrepen dat grieken en Turken elkaar niet zo goed liggen. Maar dat het zo erg zou zijn had ik niet verwacht. De blikken spoten vuur en er werd getuft. Vuile Turken. Wie had gedacht dat een oorlog gevochten door een totaal andere generatie nog steeds tot wroeging zou leiden tussen generaties die die keuzes vroeger niet hebben hoeven maken. 

Ondanks de protesten van de dames kwam de Turk nog twee keer terug om gedag te zeggen. Tot ergernis toe. Ik hoopte dat mijn ergernis zou zakken. Maar toen hij mij vandaag appte om af te spreken, gebruikte hij helaas de verkeerde woorden. Ik hoopte dat hij met of zijn vrienden of met mijn vrienden erbij wilde afspreken. Hij koos ervoor om te vragen of hij mij een hele mooie plek mocht laten zien. Ik hou er niet van om met onbekende mannen naar onbekende plekken te gaan. Ik had toch geen tijd vandaag, dus dat heb ik hem gezegd. Hij reageerde met woorden waar ik de betekenis niet van ken. Mijn naïeve ik zegt dat hij wel netjes heeft gereageerd. Mogelijk nodig ik hem uit om bij mij mijn vrienden op het strand te komen zitten. Maar ik ben bang dat het tot ruzie leidt. Ik zal het eerst vragen aan mijn vrienden, ik hoop dat ze het leuk vinden. Er is genoeg zand om de strijdbijl in te begraven. Die optie bestaat natuurlijk ook nog.

Oost-Zuid-Oost V Eiland

Hier mag het dan. Eindelijk alleen aan het stand. De zon is fel. De wind aait zacht. De bergen stralen rust uit. De bootreis was aangenaam. Ik vroeg uit beleefdheid aan twee mensen of ik naast ze mocht zitten. Dat mocht niet. een bankje verder mocht ik naast een meisje gaan zitten. Ze zei niets, maar keek vriendelijk uit haar ogen. Ze moet van mijn leeftijd zijn geweest. Ze is iets dikker dan dat ik ben en is de hele reis bezig op haar telefoon. Ze kijkt niet op om tussen het gereedschap en de reddingsboot door naar het uitzicht te kijken. Niet veel later staat daar het stel waar ik niet naast mocht gaan zitten. Ze blokkeren het uitzicht en doen hun mondkapjes af om te roken. Ze hebben een anders soort vloeitjes waardoor het langer duurt voordat de shag op is. Het lijkt wel alsof ze eeuwen blijven staan. Ondanks dat ze mij een beetje ongelukkig maken, lijken ze samen wel gelukkig te zijn. Zij met haar bruine haren en hij met zijn grootste lengte. Uiteindelijk blaast de zeewind hun sigaretten uit en kunnen ze weer zitten daar waar ik niet welkom was. 

Nu zit ik hier aan het strand. Het duurde even tot ik het gevonden had. Ik had wilde verhalen gehoord over kanoën, kajakken en paardrijden. Dat zou allemaal moeten kunnen hier op dit eiland. Ik had me erop verheugd om mijn haren los te gooien en galopperend door het eiland te gaan. Helaas kon ik zoiets niet vinden toen ik eenmaal aangekomen was. Alles wat online staat met het label touring office, tourist office, was voor de verhuur van motoren of auto’s. En net vandaag heb ik het roze pasje wat mijn rijbewijs moet voorstellen, thuisgelaten. Helaas. Dus moest de benenwagen mij naar de toeristische trekpleisters brengen. Alleen was de keuze beperkt, en de keuze die er is, is minstens drie uur lopen. Er is geen openbaar vervoer. Dus besloot ik maar gewoon naar het zuiden te lopen.
Onderweg was ik op zoek naar een restaurant om te kunnen schrijven. De weg was lang en de keuze reuze. Het lijkt wel alsof iedereen die hier woont, ook een café heeft. Deze mensen leven van toerisme. De straten staan vol met winkels. Op de stoep staan kraampjes met fruit en mondige verkopers. Als ik langs de zee loop zie ik scholen met vissen. Kleinen groot, strikt gescheiden van elkaar. 

Wanneer ik eindelijk de keuzestress de baas ben en mij neerzet aan een tafel komt het denderende geluid van het straatverkeer mij hard in de oren.  Hier kan ik niet schrijven. Toch bestel ik een koffie. Zwart en heerlijk. ‘Warm?’ vraagt de ober mij verbaasd. Jazeker, warm. Ijskoffie probeer ik wel een andere keer. 

Ik leg het geld op tafel en begin aan mijn route. Ik heb gegoogled, maar wist niet welke route ik moest kiezen. Ik besloot me te houden aan mijn oorspronkelijke plan en maar gewoon via de kust naar het zuiden te lopen. De weg lijkt goed te gaan, maar dan ineens verdwijnt het voetgangerspad. Ik loop door het onkruid en op de weg. Hoe minder voetpad er is, des te beter wordt het uitzicht. Ik heb weinig tijd om ernaar te kijken. Al mijn aandacht gaat naar het ontwijken van auto’s brommers, scooters en gaten in de weg. Onderweg kom ik meerdere mensen tegen die op een eenpersoons strandje zitten. Ze hebben zich geïnstalleerd met een parasol en duiken zo nu en dan het water in. De bergen aan de overkant staren naar de hemel. 

Als ik een strand vind met een stuks of veertig mensen, besluit ik me bij hen te voegen. De gezelligheid doet met goed. Er is geen hotel te vinden hier in de buurt, het zullen we allemaal locals zijn. Ik voel me een van hem. Verbonden door de zon en de wind die ons samenvoegt.