Dit is nu mijn thuis. Alweer een nieuw thuis. Soms maakt het me verdrietig dat ik zo veel plekken heb om thuis te zijn. Zo kan ik toch nooit verdwalen.

Ik ken de weg hier en Kike ook. Kike is de man die zo vriendelijk is om mij zijn huis binnen te laten. Precies nu komt hij met zijn zaklamp op zijn hoofd gebonden de woonkamer binnenlopen. Winterjas nat, haar nat, schoenen nat. De schoenen worden achtergelaten bij de voordeur en de andere resten regen worden in de keuken uitgeschud. 

Hij loopt de trap op. Nieuw gekocht WC-papier wordt in de badkamer gelegd. De Belg en de Frans spelen kaart aan de kleine ronde woonkamertafel. Af en toe staat één van hen op om één van de huisdieren op hun flikker te geven. De huisdieren gedragen zich namelijk vrijwel nooit en de huisbaas is niet consequent genoeg om daar verandering in aan te brengen. Wat nu tot gevolg heeft dat het meisje dat niets met katten heeft, een kat de deur uit moet zetten. Een kat die niet begrijpt waarom want de ene keer mag het wel en de andere keer niet.

Toch geloof ik niet dat ze het erg vinden wanneer ze naar buiten moeten. Buiten is namelijk een heel mooi fantastisch koninkrijk waar zij (en wij) over mogen regeren. Honderden olijfbomen, duizenden grassprietjes en geen wolken.

De poort naar dit paradijs wordt versierd met kapotgevallen daktegels en stukken oud ijzer. Twee stukken oud ijzer die nog enigszins nut hebben zijn de twee stoelen die aan weerszijden van de poort staan. Echt nut hebben ze niet want het doet pijn aan je billen om op de linker te zitten omdat die geen kussen heeft en de rechter heeft een altijd nat kussen.

De katten vinden het anders niet erg om er op te liggen en soms wordt er gevochten over wie er op deze troon naast de poort naar het paradijs mag slapen. Met de ogen dicht is dit rijk namelijk nog steeds heel mooi. De wind waait hier niet, maar aait zachtjes over je haar. Zelfs de regen maakt je niet nat, maar maakt je mooi fris.

De regen die hier komt is denk ik niet koud omdat zij altijd eerst een warme knuffel krijgt van de berg die voor ons staat. Wanneer de wolk op de koffie komt, wordt zij eerst gespleten door de punt van de berg en daarna walst zij langs het dorp waar iedereen haar vriendelijk groet, waarna zij de katten hier slapend voor de poort kan vinden.

Soms voeg ik mij bij hen. Wij maken een rij voor het huis. Kat op troon, kat naast troon, mens met boek naast kat, hond naast mens met boek. Wanneer wij ons rijtje maken kijken wij allemaal tegen de zon in, omdat de poort uitkijkt over het gouden zuiden. Wij blijven met onze gezichten naar het zuiden gedraaid. Wij wachten tot de zon ook moe is van de dag en zij zich laat zakken achter de gele bladeren van de bomen die zich voorbereiden op een winterslaap.

Wanneer de bladeren van de bomen licht geven wachten wij tot de lucht een nieuwe kleur krijgt. Hetgeen betekent dat de zon inmiddels haar kleuren met die van de nacht aan het mengen is.

Wij hebben goed wacht gehouden over het paleis.

Zuid-Oost II Bonnetjes aan de keukentafel

De deur in de keuken beneden is van donker hout wat aan het rotten is waardoor er gaten in zitten. Toch is dit in de zomer en ook in de winter de plek waar het stel het meest zit. Het is, op de opslaghokjes na, ook nog eens de kleinste kamer in het huis. Aan de tafel die precies zo in de keuken past dat er nog net een looppad is (meer voor mij dan voor het stel die allebei wat breder zijn), zit mevrouw met enige regelmaat op haar laptop. Dan beantwoordt zij e-mails die zij krijgt van de huiseigenaren van wie zij de vakantiehuisjes schoonmaakt.

Vandaag zat zij ook aan die tafel met mij te ontbijten en te zuchten en te klagen dat ze zo druk was en wederom slecht geslapen had en net als alle andere dagen dat ik hier nu ben, zat ze te jammeren dat ze niet zo veel energie heeft. Aangezien ze al dertien jaar bezig zijn met dit huis en het nog steeds niet af is geloof ik dat zij nooit echt zo veel energie heeft. Maar toen zei zij in haar zo minst Iers en meest Engels mogelijk, dat ze daar wel zat alsof ze niks te doen had. Terwijl zij eigenlijk zo druk is. En toen zag ik het. Haar gemopper is eigenlijk niet echt gemopper, maar het hardop uitdenken van haar to-do-list inclusief wat gemopper. Ik zag haar schouders hangen en terwijl ze zei dat ze aan de tafel zat alsof ze niks te doen had (wat ik ook zag en waarvan bij mij een beetje de moed in de schoenen zonk, omdat ik het gemopper niet wilde horen en vond dat ze maar gewoon wat moest gaan doen in plaats van zeggen dat ze wat moet doen) rechtte zij haar rug en begon ze met opnoemen wat ze allemaal moest doen. Dat was ook best veel. En er lagen ook veel bonnetjes op tafel. De sfeer was voor de verandering gemoedelijk en ik vroeg haar wat ze moest met die bonnetjes. Ik vertelde haar dat je in Nederland zelden zomaar het bonnetje meekrijgt. Het is slecht voor het milieu dus moet je er specifiek om vragen. Als je om het bonnetje vraag kijkt de cassiere je vaak wantrouwend aan, omdat zij zich afvraagt of je er niet op vertrouwt dat zij alles wel goed heeft aangeslagen. Of je wordt aangekeken als een geldwolf die later het bonnetje ergens in gaat leveren om zo die paar euro terug te krijgen.

In dit land krijgt iedereen het bonnetje gewoon zonder pardon in de handen geduwd, vertelde madam aan haar keukentafel. Het is (of was) illegaal om geen bonnetje te geven en als jij als klant het bonnetje in de winkel al weggooit en je wordt bij de uitgang aangehouden en je kan geen bonnetje laten zien dan is dat ook illegaal. Mevrouw bewaart de bonnetjes, omdat ze soms spullen koopt voor de huizen die ze schoonmaakt. Maar het opschrijven welke artikelen of welke bonnetjes bij wie horen, dat doet ze niet zo vaak. Dus heeft zij heel veel bonnetjes die ze later moet uitzoeken terwijl zij haar hele geheugen afspeurt naar wat ze nou wanneer voor welk huis had gekocht. Best onhandig.

Mijn praktische hoofd kwam gelijk met de oplossing dat ze die bonnetjes die zij moest bewaren om te declareren maar onder de magneet van de koelkast moest plakken, zodat ze in ieder geval niet meer die bonnetjes van haar eigen bonnetjes hoefde te scheiden. En toen kwam het! Ze luisterde naar wat ik zei en ze liet me ook eindelijk mijn slechte Engelse zinnen afmaken en wees uiteindelijk mijn idee af. Want – en ik zag dat ze eigenlijk wel trots was – dit was nou eenmaal hoe zij het deed. Als zij de discipline en überhaupt de manier van denken had, om er gelijk aan te denken die bonnetjes onder de magneet te plakken, dan kon ze net zo goed gelijk de artikelen en de totaalprijs opschrijven en het gelijk opsturen naar een van de huiseigenaren. En dat soort denken had ze niet – maar toch zat zij iedere week achter de computer om die berg bonnetjes door te spitten en lukte het maar wel mooi om alle gemaakte kosten bij de huiseigenaren in te dienen – en daar is ze trots op.

Ze heeft mijn praktisch denken niet nodig en daar is ze eigenlijk alleen maar blij mee, want des te knapper is het van haar dat het haar wel lukt die berg bonnetjes door te spitten in haar kleine keuken met rottende deur.

Zuid-Oost XII

De straten hier zijn heel erg druk. Als ik naar school loop doe ik daar op de een of andere manier dertig minuten of langer over, maar ik heb vandaag begrepen waarom. Ik zigzag namelijk steeds om alle mensen heen waardoor mijn weg wel twee keer zo lang wordt. Onderweg kom ik vele mensen tegen die lang niet allemaal zo snel lopen als ik. Ik ben dan inmiddels ook best goed in het mijn voeten plaatsen op de vele hobbels en losse stenen die samen een straat horen te vormen. Over die stenen en hobbels racen de auto’s alsof ze botswagentjes zijn. Er zijn vele lampen gemonteerd een gebouwen die vertellen wat zich daar bevindt: hotel, restaurant en veel meer, maar helaas weet meestal niemand wat zich in het met oude stenen bedekte gebouw bevindt, omdat de Italianen die hun economie te danken hebben aan toeristen, niet van toeristen houden. Ze houden ze het liefst buiten de deur en daarom worden de woorden die aanduiden wat ze te bieden hebben, in het Italiaans geschreven. Hierdoor lopen er vele toeristen op straat en zijn ze moeilijk binnen te vinden. Buiten dwalen ze rond in een internationale stad, die gemaakt is om alleen begrepen te worden door Italianen, waardoor de toeristen buiten blijven staan.

In de middag gaan alle lampen uit, omdat de Italianen naar bed gaan. Net wanneer de toeristen hun energie en inspiratie vinden bij de prachtige zonsondergang, sluiten de Italianen hun werkdag in een gebouw met oude stenen, ingericht voor toeristen, maar van buiten niet te herkennen – en gaan ze naar hun huis, waarvan geen toerist weet waar het zich bevindt, of wat zich daar zal afspelen, want Italianen leven toch echt het liefst achter gesloten deuren, dat terwijl de deuren zo groot en uitnodigend zijn.

Zuid-Oost XI

Aan diezelfde keukentafel zitten nu mensen met elkaar te praten die elkaar allemaal niet zo goed kennen en dat voelt heel vrij. Ik geloof dat het gewoon echt aan de twee nieuwe mensen ligt met wie ik nu moet werken, want bij deze vreemde combinatie van mensen voel ik me zeker wel op mijn gemak en durf ik te spreken en te voelen. Het voelen is heerlijk want ik voel de energie die ik in de loop van de dag zo mis nu heerlijk door mijn lichaam vloeien, terwijl er een scheerapparaat in elkaar gezet wordt; iemand deelneemt aan een designwedstrijd; iemand schoonmaakt; en ik mijn verhaal zit te tikken onder het genot van chocomel met ijs.

De baas is vandaag vertrokken en toen namen wij wijn bij de lunch en nu werken we met z’n vieren. Een groepjes bestaande uit: mij, het Braziliaanse meisje (zij mist haar vriendje, de leuke Braziliaan ook); de Argentijnse homo die al mijn grenzen over gaat en blijft drukken; en het Franse meisje dat erg gesloten is over haar gevoelens hoewel ze wel de ganse dag spreekt, wat mij weer de zenuwen geeft.

Ik ontvlucht het huis nu. Ik duik in muziek, schrijven, lezen, leren. Ik ga kijken of het mogelijk is een wiskundecursus te doen in deze stad en me misschien ook dieper in de taal te storten. Gewoonweg om wat beters te doen te hebben dan verdwalen in de keuken, hoewel mijn nieuwe voornemens eigenlijk ook niet erg praktisch zijn.

Zuid-Oost X

Na het balen over het slechte weer de afgelopen tijd, ben ik nu weer zat van de hitte. In de keuken is het wachten op de regenbui die ervoor zal zorgen dat er minder haast is om weg te gaan en om de tijd te nemen om te landen.

Op dit moment wordt er veel gevlogen in het huis. Niet alleen door mij, maar door ons allemaal. Er zijn twee nieuwe mensen aangekomen met wie ik nu samenwerk, maar een gevoel van samenzijn is er nog niet. De Argentijn lijkt in niks op zijn leuke Braziliaanse voorganger en het Franse meisje lijkt haar wereld niet met ons te willen delen.

Iedere ochtend ben ik in de keuken aan het rommelen en voer ik gesprekken met gasten. Soms voel ik dat ze zich thuis voelen hier in deze keuken in het midden van het huis. Dat terwijl de keuken soms zo’n eenzame plek is, ondanks de continue stroom aan mensen en verhalen die de mensen aan elkaar binden.

Ik vlieg dagelijks. Van het ontbijt waarin ik zo hoop dat mensen niet zien hoe leeg deze keuken soms kan zijn, naar de middag waarin ik naar boven vlucht in de hoop voldoende energie krijgen om de keuken weer wat warmte te geven, nadat ik terugkom van school. Mijn pogingen lijken tevergeefs, want ik voel enkel de warmte van de zon wanneer ik hier zit.

Achter mijn rug om word ik mama genoemd. Ik regel namelijk behoorlijk veel in ons huis en zorg veel. De mama die ik nu ben is een erg vermoeide moeder die niet weet hoe ze ervoor kan zorgen dat er geen zorgen meer zijn, omdat er geen organisch verloop is. Vandaag heb ik de planten water gegeven. Misschien helpt dat.

Zuid-Oost IX (On)geduld

Twee uur lang heb ik aan de keukentafel zitten wachten op de gasten. Ze hadden laat op de avond hun koffers afgegeven en gingen even de huurauto terugbrengen. Daarna zou ik even een rondje met ze lopen en de formaliteiten regelen. Twee uur later was het ze blijkbaar nog steeds niet gelukt om de auto te droppen. Een berichtje sturen dat ze liever uit eten gingen dan hier een check-in doen, was blijkbaar te veel moeite. Dus zat ik hier twee uur lang aan de tafel mezelf op te vreten, omdat ik check-ins spannend vind en echt heel erg graag naar bed wilde. Er waren wel meer dingen die ik heel graag wilde. Een daarvan was me goed voelen, maar dat lukte niet echt. Slecht nieuws, maandelijkse periode, weinig slapen, veel werken en het gevoel hebben gebruikt te worden, omdat ik het meest van allemaal werk, zorgden er allemaal voor dat ik de ganse dag druk ben met ervoor zorgen dat ik eindelijk eens een broodnodig dutje kan doen.

En ook vandaag doe ik weer geen dutje. Inmiddels is er nieuwe hulp gearriveerd. De nieuwe Argentijn die mijn Braziliaanse dam-puzzel-eet-passie-maatje vervangt. Ik ben hier een week nu, en hij nog maar twee nachten. Toch krijgen wij allebei onze eerste vrije dag dit weekend. Dat terwijl mijn dagen twee keer zo lang zijn als de zijne en ik nu al tien dagen achter elkaar aan de bak ben. Ik wilde zondag vrij en hij ook, maar er kan maar één persoon vrij zijn op een dag. Hij is zondag vrij.

Het is denk ik wel duidelijk dat ik hem dus niet zo graag mag. Morgen ben ik vrij en ga ik naar het appartement waar wij ook voor moeten zorgen. Ik ga mijn best doen om vieze dingen vies te laten en ongestoord mijn zere lijf en vermoeide hoofd in het bad te leggen. Morgen ga ik mijn armspieren urenlang trainen door ze de hele tijd boven het water te houden en een boek van een paar honderd gram te tillen. Af en toe zal ik dat met één hand doen, omdat ik de andere hand zal gebruiken om de bladzijde om te slaan. Ik heb heel veel zin in de training van morgen.

Vandaag ga ik ook trainen, maar dan niet mijn armen, maar mijn hoofd en tong. Mijn tong gaat namelijk iedere dag een gevecht aan met de natuurlijke bewegingen die het zijn hele leven al maakt. Ik ga namelijk iedere dag naar school waar ik Italiaans leer (of daar in ieder geval een poging toe waag)

Zuid-Oost VIII Indruk

Het is een nieuwe dag en ook een nieuwe maand en er is weinig voorgevallen wat indruk op mij heeft gemaakt. Wat best gek is als je je bedenkt dat ik net een paar minuten geleden heb opgehangen na een gesprek met de ex. Misschien heeft het geen indruk gemaakt, omdat het eindelijk een eerlijk gesprek was. Ik hoefde niet diep na te denken of worstelen met gedachten, gevoelens en woorden.

We zijn al een dag aan het appen, wat best veel is voor ons doen. Ik vroeg hem hoe het ging in de liefde, waarop hij antwoordde dat hij het daarover wilde hebben via videochat. Ik dacht dat hij dat wilde, omdat hij niet over de app alle lieve en mooie verhalen over zijn nieuwe liefde wilde vertellen. Maar het was omdat het face to face (of beeldscherm to beeldscherm) makkelijker was om te vertellen dat hij niet van iemand anders kan houden, omdat ik in zijn hoofd blijf zitten.

Hij lijkt er erg mee te zitten, maar voor mij voelt het helemaal niet zwaar of gek, omdat ik denk dat hij vanzelf zó gek gaat worden op iemand anders, dat hij op een dag zal schrikken wanneer hij zich realiseert dat ik verhuisd ben uit zijn hoofd.

We zitten nu met vier man in de keuken. Het is druk in de bed and breakfast. Ik heb gisteren (en vandaag) nog veel nagedacht over hoe de baas omgaat met het overdragen van verantwoordelijkheid en het laten groeien van vertrouwen. Ik denk dat hij mij niet vertrouwt, maar ik weet niet wat dat doet met hem of met onze relatie, maar ook vandaag is het niet de dag om daarover te beginnen. Zolang het nog in mijn hoofd zit, kan er ook niks geks mee gebeuren en dat voelt ook wel fijn.

Hij is nu aan het koken met de Braziliaanse jongen. Hier wordt vrijwel iedere dag warm gegeten in de middag en laat op de avond (zeg maar gerust in de nacht of in ieder geval ver na na bedtijd). Regelmatig ruik ik boven op onze kamer geuren die ik nog niet ieder geroken heb en ik eet hier dingen waarvan ik niet wist dat je ze zo lekker kon bereiden.

En we hebben gisteren gedamd met de bierdopjes die ik tijdens de vakantie had verzameld. Zo zie je maar hoe makkelijk dat verhuizen gaat.

Bewogen weekend

Het bruin van de schutting vermengt zich met het grijs van de lucht. De tuin is nu nog groen, ook al is deze vorig weekend weer kort gesnoeid. Klaar voor de winter. Het gras is kort. Het zal misschien nog een paar centimeter groeien voordat het stopt met groeien en begint aan de lange winterslaap.
                Het huis ruikt gek. Er zijn vele andere geuren bijgekomen en vertrouwde geuren verdwenen nu de moeder niet in huis is. De noedels van gisteren liggen nog steeds in de gootsteen. Te wachten tot ze daardoorheen mogen spoelen, om daarna vast te komen zitten en verstopping te veroorzaken.
                Het huis ruikt niet meer naar hem. Zijn geur is alweer verdwenen. Het lijkt haast alsof hij hier helemaal niet is geweest. Het voelt ook als een poosje terug. Helemaal aangezien er sindsdien alweer zoveel is gebeurd en ik me daarvan door de grote hoeveelheden alcohol nog maar weinig van weet.”         

  

Het zijn bewogen weekenden. Ik weet niet meer alles, maar voel me op oppervlakkig gebied zoveel levendiger. Alle handen, alle ruggen, haren, bultjes, warmte die elkaar aanraken. Die mij aanraken. De gezichten, de lippen de tongen, de vingers die een nieuwe weg vinden. De blikken, woorden en onuitgesproken beloftes die de toekomst vullen. Ja het weekend is bewogen.  

25-08-2019

Vandaag ga ik met hem zwemmen. We zouden eerder al gaan, maar we zijn allebei verlegen. Ik denk dat we allebei bang zijn voor dat wat al eerder gebeurde. Dat we tegenover elkaar stonden, elkaar vast hielden, wachtten tot de ander de eerste stap zou nemen. Een aantal keren is die eerste stap gebeurd. Al die keren was het een klein stapje. Een klein kusje. Groot ongemak. Aan beide kanten. Zo graag willen, maar niet weten hoe. Niet weten of het wel mag, of het wel kan, of het wel lukt. Niet wetende of we elkaar zullen kwetsen.
We zijn allebei erg kwetsbaar en gevoelig. Voor mij was het eigenlijk allemaal wel prima, tot dat op een dag een gemeenschappelijke kameraad van ons naar mij toe stapte. Ik moet je wat vragen. Kan ik je spreken. Ik werd er niet zenuwachtig van. Ik dacht namelijk dat ik niks had om zenuwachtig voor te zijn. Tot hij in het bijzijn van een roddeltante aan mij vroeg of ik alsjeblieft lief voor hem wou zijn als we zouden daten. Lief tegen de jongen waar ik vandaag ook mee ga zwemmen. De jongen tegen wie ik al die tijd al lief was geweest, maar soms ook niet, omdat ik niet wist hoe.
Natuurlijk was het niet zo lief dat ik in diezelfde periode net zo ‘lief’ was tegen een ander. Hij en ik gingen ook samen zwemmen. Wij hadden minder moeite met de eerste stap. Ik denk met het lichte blosje wat ik nu op mijn wangen heb, dat het best duidelijk is wat ik hiermee bedoel.

Ik kon dit natuurlijk met niemand delen. Ik heb nog maar weinig mensen in mijn leven ontmoet die écht snappen wat het inhoudt als je gevoelens hebt voor meerdere mensen tegelijkertijd. Dat het geen kwestie is van keuzes maken en trouw en loyaal zijn. Hoe zit het dan met de trouw aan jezelf als je niet naar deze gevoelens mag luisteren?
Uiteindelijk vroeg niemand ernaar. Ik weet niet of ze er niet naar vragen, omdat ze het snappen, of dat ze er misschien niet naar vragen omdat ze hun oordeel al klaar hebben en er voor hun geen open staande vragen meer zijn. Of omdat ze het gewoon niet weten. Dat het ene deel van de groep op de hoogte is van de ene roddel, en dat een ander deel op de hoogte is van de andere roddel en dat deze groepen de roddels nog niet hebben uitgewisseld of nog niet hebben begrepen dat ze gelijktijdig plaats vonden.
Wat het ook is, ik hoop dat ze snappen dat ik nog steeds ik ben. Ook met het label van ‘slet’. De jongere generatie lijkt het hier wat moeilijk mee te hebben aangezien ik laatst werd aangesproken op een roddel van zeven jaar terug. Deze roddel was echter geen roddel, maar een waargebeurd verhaal. Dat best emotioneel en pijnlijk voor mij was. En nog steeds is. Wat nu gebruikt wordt als heftig verhaal om aan maten te showen hoe sick iemand kan zijn om zo zelf wel ruig en stoer over te komen. Terwijl ik het verhaal liever nooit meer hoor. Nooit zou willen dat het gebeurd was. Nooit mijn ouders zo heftig had willen kwetsen en de andere mensen om mij heen. Het was niet de bedoeling heisa te veroorzaken. Het was de bedoeling te verdwijnen. Maar met de politie op mijn hielen was dat niet gelukt. En nu weet mijn tegenwoordige vriendengroep dat ook.

Ik hoop gewoon dat mensen door deze dingen heen kunnen kijken. Snappen dat ik het niet kwaad bedoel. Dat ik ook snap dat het fout was. En dat ik er niet meer over wil praten omdat de schaamte zo hoog zit. Nu heb ik ook rood op mijn wangen, dit keer van de schaamte. Een kleur rood die veel vaker voorkomt dan dat andere blosje

19-8-2019

Wat een klotedag. Het valt op zich wel mee hoe klote het is. Ik voel me er gewoon echt super rot onder. Wat nog erger is is dat ik me ook nog eens rot voel over het rot voelen. Vandaag was weer een dag met gezeik en gedoe en de niet eindigende onzekerheid. Weer die angst voor het falen en het missen.
                Gisteren was al net zo erg als vandaag. Of naja delen daarvan. Gisteren vierde Peter zijn verjaardag samen met zijn zus die lijkbaar nog lang niet jarig is. Ik wist al wel dat zij depressief was en dat maakte het alleen maar moeilijker. Zij was nooit al gemakkelijk geweest om contact mee te maken, maar deze dag leek het nog erger. Al was het maar omdat ik zelf zo hard opzoek was naar de bevestiging.
                De uren duurden lang. Al snel had ik door dat een grapje maken wel kon, en daarna kon ik niet meer stoppen. Ik kwam er maar niet achter wat nou deze groep zou moeten binden en wat deze mensen leuk vinden. Ik heb me de hele tijd ongemakkelijk gevoel en grapjes gemaakt alsof mijn leven ervan af hing. Ik heb me zelfs geschaamd voor mijn grapjes omdat het er te veel waren en ze misschien zouden merken hoe bang ik ben om onder dit soort mensen te zijn. Mensen die wel capabel genoeg zijn om sociale relaties aan te gaan.
                Daarnaast was ook zij er nog. Nu zijn er in dit verhaal eigenlijk meerdere vrouwen waarbij ik dit denk, maar zij was de eerste die bij mij buikpijn veroorzaakte. Het meisje dat ik heel graag mag maar met wie ik nog nooit echt contact heb gehad. En toen ging ik met haar ex – maar nog wel fuckbuddy en goede vriend – naar bed. Ik wist niet dat ze nog zo serieus waren. Hij heeft mij hier – achteraf heel open over verteld waardoor ik me de keer daarop zo met haar verbonden voelde dat ik haar een knuffel gaf. Die uiteindelijk ook een soort sorry moest betekenen omdat ik haar niet had willen kwetsen of hun relatie had willen wroeten. In plaats daarvan was de knuffel zo ongemakkelijk en lijken we sindsdien altijd te twijfelen of we wel of niet moeten knuffelen.
                Uiteindelijk leek zij mijn grapjes wel leuk te vinden. Na vijf uur lang ongemakkelijk op de bank zitten begon zij als eerste eindelijk om mijn grapjes te lachen. Ik voelde me goed, maar was ergens ook bang dat ze het deed uit meelij of in de hoop dat ik misschien zou stoppen omdat ik dan eindelijk de bevestiging zou krijgen die ik nodig had.
                Maar ik weet niet zeker of dat de enige reden was. Later die avond trokken we namelijk wel naar mekaar toe. We gingen samenlopen. Ook al liep de zus van Peter er ook. Ja, dit meisje was hier niet voor Peter, maar voor zijn zus. Toch liep ze naast mij.
                Helaas heb ik de slechte gewoonte om met mensen mee te lezen als ze op hun telefoon zitten. Als je dit niet weet van mij kan je best wel eens schikken als ik ineens een opmerking maak over dat appje wat net voorbijkwam. Ik denk dat daarom mijn ex mij ontvriend heeft op Facebook. Dat is vlak gebeurd nadat ik zijn tinderberichten had gelezen. Wist ik veel dat dat erg was. Ik dacht dat niemand Tinder serieus nam. Maar goed. Geen Facebookvrienden meer en in plaats daarvan naast een leuk meisje zitten en ongegeneerd met haar meelezen en commentaar geven. Ik met mijn klotehumor heb vond natuurlijk dat ze een screenshot van een dildo moest sturen die ze zojuist gegoogeld had, maar zij weet waarschijnlijk iets beter hoe mensen werken en wat je wel en niet kan sturen in een groepschat – dus stuurde ze het niet, ook niet nadat ik het wel drie keer zeer dwingend had gezegd. Helaas had ik pas door hoe dwingend ik was toen ze de deelknop vol in haar scherm had, maar er maar niet op drukte. Dit is waarschijnlijk zo’n moment waardoor ik over een jaar nog een nacht van wakker kan liggen of als ik haar tegenkom ik de kroeg wel weer door de grond kan zakken.
                Ik word dat zo moe van mezelf en al mijn gedachten en piekers. Maar zonder die piekers had ik waarschijnlijk nog steeds niet doorgehad dat zij niet de persoon is die op die manier communiceert met mensen in een groepschat. Maar het komt dus wel met een prijs in de vorm van slapeloze nachten en me er de volgende dag nog steeds flink rot over voelen.

Hoewel ik ook wel zie hoe leuk het was met haar. Dit is alsof we voor het eerst verbintenis zijn aangegaan. En het was nog best leuk ook. Dat had ik al wel verwacht, maar het was er steeds maar niet van gekomen waardoor ik erg ben gaan twijfelen. Ook ban ik bang van wat zij van mij weet door haar goede vriend / fuckbuddy / mijn fuckbuddy. Hij vertelt mij namelijk best persoonlijke dingen over haar. Maar dat realiseerde ik me pas toen ik haar weer zag en ineens voelde hoe ik het idee had steeds meer naar haar te zijn toegegroeid en hoe zij weer even moeite leek te hebben met het herinneren van mijn naam.

Sorry Peter. Ik heb amper aan je kunnen denken je hele verjaardag lang. Ik was zo bang dat het vervelend zou zijn dat het vervelend werd. Volgens mij heeft iedereen het wel naar zijn zin gehad, maar deze mensen zijn slim genoeg om te weten wanneer iemand niet op zijn gemak is. En we weten allemaal dat dat iets is wat de sfeer drukt. Het heeft waarschijnlijk ook niet meegeholpen dat ik aan het einde van avond emotioneel werd. Ik ben daar niet zo moeilijk in. Dat is heerlijk want voor sommige mensen is dat een belangrijke ijsbreker of kleine eyeopener. Maar nu voelde ik me vooral lastig en verward en ik ben bang dat zij dat ook zo ervaren hebben. Vragen naar hoe ze het ervaren hebben is ook niet iets wat ik wil doen, hoewel ik wel graag zou willen weten of mijn hoofd op dezelfde lijn zit als de werkelijkheid.

Vandaag was veel beter. Ik begon de dag met een kleine kater en zeven wekkers te laat. Toch was ik maar vijf minuten te laat en stond mij een zo goed als lege inbox te wachten. Het overzicht had ik echter niet. Ik heb mijn prioriteiten niet op orde. Ik stuur wel simpele mails, maar de email naar de leverancier heb ik nog steeds de deur niet uitgedaan. En nu zit ik hier aan het einde van mijn werkdag aan een heerlijk kopje soep waarvan ik de helft uit de vriezer op de grond heb laten vallen – te piekeren over hoe ik al de hele dag wist dat ik die mail moest beantwoorden, maar dat ik het heb uitgesteld tot op het moment waarop me er echt ontzettend naar over voel omdat het nu echt asociaal is dat ik nog heb geantwoord. Daar komt nog bovenop dat ik een domme directeur heb die maar dezelfde vragen blijft stellen en dat ik maar dom genoeg ben om steeds maar niet het antwoord voor hem te vinden. Eigenlijk is dit helemaal niet zo’n nare conclusie van mijn gepieker, want ik heb nu wel bedacht hoe ik hem een antwoord kan bieden. En dat zijn honderd vragen eigenlijk maar over één vraag gaan. Dus morgen zal ik een rapportage voor hem opzetten waarin ik heel goed kan bijhouden wat ik allemaal heb gedaan en wat ik nog moet doen. Hopelijk werkt dit. Voor hem is het belangrijk. Hij zegt dan tegen mij ‘Het is toch fijn en motiverend voor je als je kan zien hoeveel je al hebt gedaan’. En dan ben ik te simpel en antwoord ik hem dat ik heus wel weet hoe druk ik ermee ben. En dat de hoeveelheid tijd die ik erin steek niet altijd wat zegt over noch de kwantiteit noch de kwaliteit. Pas vandaag besefte ik mij dat het helemaal niet gaat over of ík dat fijn of motiverend vind. Het gaat erover dat hij geen flauw benul heeft van wat ik doe. Hoe gedetailleerd en technisch ik het hem ook uitleg in tijd die ik ook had kunnen gebruiken voor het beantwoorden van die ene email waar ik nu buikpijn van heb. Hij wil gewoon een algemeen beeld met hoeveelheden en cijfers. Zeg dat dan gewoon

Oelewapper

Nu weet ik alleen niet wie van ons twee nou precies die oelewapper zou moeten zijn

En oelewapper 2 ben ik waarschijnlijk weer. Of ik me niet te verlies in details. Altijd schiet ik in de verdediging. Details vind ik namelijk mooi en geven mij veel nuttige informatie. Maar toch komt iedere week die opmerking wel weer. Ja misschien zijn het veel details. Misschien heb je – sinds vandaag is dat dus ‘jullie’ geworden – wel gelijk. Maar dat ene detail wat ik beter niet had kunnen bestuderen tegenover de honderd details die wel toegevoegde waarde hadden, dat lijken jullie dan weer niet te zien. Ik weet ook gewoon niet wat ik erop moet antwoorden, want voor mij werkt dit gewoon. Misschien kan het wel efficiënter en beter, maar van de rode draad word ik niet wijzer. Dus kijk ik naar details. Misschien kan ik ze dat de volgende keer wel teruggeven.  Waar in de rode draad had ik dan het antwoord moeten vinden? Geef mij eerst maar eens een rode draad in dit verhaal. Dat is jullie taak. Ik ben maar de jonge nieuweling die veel te weinig betaald krijgt voor de vele vele verantwoordelijkheden die ik intellectueel misschien we dragen kan – maar emotioneel niet (alijtd)

Nu in ieder geval niet. Ik ben moe en duizelig. Op het moment dat ik mijn voeten weer op de kant van de rivier zet voel ik vaak mijn hoofd duizelen en verdwijnen alle kleuren uit mijn zicht. De lucht lijkt te reiken tot aan de rivier en ik zie het verschil tussen beide niet altijd. Soms zou ik willen dat ik dan per ongeluk zou verdrinken. Ik zou het niet eens door hebben. Dan zou ik tot in de oneindigheid in water zitten. Dan zou ik altijd kunnen zwemmen en zweven. Dan zou ik zijn als een vogel in de lucht. Gelukkig hoef ik niet dood te zijn om dat te kunnen ervaren.

En dan ook nog mijn moeder op wiens appjes ik niet reageer en die andere mail waar ik ook al heel lang op moet reageren. Hoe langer het duurt hoe erger het wordt. Het lijkt allemaal niet beter te worden maar dat is ook gewoon omdat ik het zo laat gaan. Als ik het nou allemaal eerder sneller beter en slimmer deed dan was alles beter.

Badderen

Voordat ze hem ontmoet had had haar leven een andere kleur. Meerdere kleuren zelfs. Ze had meer mensen om zich heen. Haar ouderlijk huis waar haar thuis. Ze woonde er niet met tegenzin en had zo haar manieren gevonden om een weg te vinden in het leven dat niet al te veel hobbels bevatte. Soms kwam ze wel een hobbel tegen, maar deze verdween zo weer met een borrel.
Ondanks alle donkere kleuren in haar leven die veroorzaakt werden door de hardnekkige onzekerheid die niet als een vervelende verkoudheid maar niet voorbijging – wist zij toch zo nu en dan kleur aan te brengen in het mengpaneel. Ze ging om met mensen die anders in het leven stonden en daar plukte ze de vruchten van.
De makkelijkste manier om met dit soort mensen om te gaan is om naar gelijkenissen te zoeken. Zo werk sociaal contact immers. Haar kleuren verschilden erg van de kleuren van de mensen om haar heen. Een kleur die echter iedereen gemeenschappelijk had was de kleur van behoefte. Deze kleur kent zij maar al te goed. Hoewel het een kleur is die mensen meestal niet openlijk tonen omdat het iets intiems is, wist zij deze kleur toch bij anderen te herkennen en te voeden met haar eigen kleur van behoefte.
Ze drong het hoofd van de mannen binnen, zonder dat zij zelf door hadden wat er gebeurde. Zij merkte het wel. De blikken die langer duren dan normaal. De blikken die overvloedig zijn. En vooral de blikken alleen op haar gericht. Geen man had door dat zij dit bij alle mannen veroorzaakte. Dat zij niet de enige was bij wie zij actief deze verbintenis zocht. Zij waren in de veronderstelling dat dit iets bijzonders zou zijn en dat het daarom alleen tussen hun twee zou gebeuren. Zij weet echter wel beter. Ze weet precies wat ze doet, bij wie, wanneer en waarom.
Het contact ging haar makkelijk af en ze kreeg vele uitnodigingen. Tot die ene.
Die ene die haar maar met moeite binnen liet. Toen zij daar lag met heer benen wijd, twijfelde hij. Iets wat zij niet kende van de mannen met wie ze zo’n verbintenis had. Sowieso omdat zij nooit met de benen wijd ging. Het maakte iets in haar los. Zijn twijfel herkende zij waardoor ze zich verbonden voelde.
Het duurde lang tot mogelijkheid zich weer voordeed hem te verleiden. Het moment eindelijk daar klapte ze dicht. De zenuwen en onzekerheid kregen lucht bij hem en konden niet in de donkere hoek blijven zitten waar ze meestal geparkeerd stonden. Ze vonden een weg naar buiten en ondanks de verscheidene pogingen was het nog niet gelukt om samen te genieten. Ze spraken af te gaan zwemmen. Te kletsen. Elkaar te leren kennen. Wennend aan het aanzicht van andermans naakte lichaam werd het samen zwemmen steeds fijner en bekender. In het water voelde het minder gek om eens een hand uit te steken naar een arm. Toen dat gewoon werd, werden er spelletjes gepeeld, er werd gestoeid en gekroeld. In het water of op het zand. Maar het water was toch de favoriet omdat de zwaartekracht daar een andere rol speelde. De liters water voelen als een grote deken. Dat de enige pottenkijkers vissen zijn doet ook goed. Het gevoel van veilig en warm ondanks de prikkende kou van het water zijn overheersend. Beide wild en warm en toch nog schuw was dit een goede combinatie. Het langzaam wennen en minder onwennig worden was ook onwennig. Zo komt het dan toch op die dag dat het niet zo gek was om eens thuis af te spreken. Het ouderlijk huis, maar zonder ouders.

Kletsen, de een aan de ene kant van de tafel, de ander aan de andere kant. Het licht brandt hard. Het is niet mooi verdeeld over de wanden. Het is alsof het huis verlicht is voor een avond waarop niemand thuis is, maar er wel nog een lampje moet branden om de inbrekers buiten te houden. Dit licht verlichtte de beide kanten.
Zullen we even roken. We rookten. We zaten naast elkaar. Iedere keer dat we naar buiten gingen, gingen we dichter bij elkaar zitten. Tot ik naast hem ging zitten. Ver weg genoeg om niet tegen hem aan te zitten – dicht bij genoeg om zijn hand in mijn rug te voelen. Voor hem dichtbij genoeg om zijn arm op mijn rug te leggen en te voelen dat er geen andere kledinglagen onder mijn T-shirt zaten.
De fles wijn had ik inmiddels leeggedronken. Het saaie licht en de lange avond zorgde ervoor dat ik een kleine gaap moest onderdrukken die ik in mijn hele lijf voelde. Dit samenzijn, hoe stilletjes ongemakkelijk dan ook, maakte mij erg ontspannen. Ik hoefde niet meer na te denken over wat wel of niet kon. Wat wel of niet mocht. Het was rustig en zacht en stil en saai en o wat was dat heerlijk. Ik kroop tegen hem aan. Mijn hoofd tegen zijn borst, zijn arm om mijn schouders. Zo lagen wij daar. Samen ontspannen te zijn. We hadden veel tegen elkaar te zeggen. We zijn allebei lang van stof. Toch kozen we ervoor nu niet te luisteren naar elkaar stem, maar naar elkaars lichaam.

Vis

Na het vangen van zijn eerste vis was de wereld als nieuw. Zo vele grootser met zo veel meer diepte.
Uren had hij gezeten aan de rivier. Zijn handen krampachtig in een houding die hem maar geen rust zou geven. Het oneindige wachten wakkerde ook andere soorten oneindigheid in hem. Zoals de onrust en het verdriet dat hem al jaren teisterde. Hij noch nog zichzelf opvangen noch een aantal vissen.
Als zijn hengel dan eindelijk tekenen van vangst begon te vertonen, waren deze alweer gestopt tegen de tijd dat het hem lukte zijn verkrampte vingers te wegen.
Aan de andere kant van de rivier veranderde de samenstelling van de verschillende groepen dagjesmensen de hele dag door. Soms gebeurde het dat er slechts een aantal mensen waren aan deze kant van de rivier. Dan bewoog het water meer en hadden de vissen de ruimte om te zoeken naar al dat wat zij konden vinden.
Soms gebeurde het dan hij mensen opviel. Dan keken ze naar hem en bemoeiden ze zich met hem. Keken ze naar hem. Oordeelden over hem en zijn al dan niet bestaande vangst. Ze bemoeiden zich met waar zijn lijnen het water raakten en zwommen er soms al dan niet bewust doorheen.
De mensen keken en keken. Maar contact was er maar niet. Iedereen vloog hem voorbij. Hij voelde de kramp in zijn vingers erger worden zodra er iemand te dicht in zijn buurt kwam. Dat had niks met afstand te maken maar alles met de persoonlijke grenzen van de persoonlijkheid. Een uitgesproken extraverte persoonlijkheid moest meer afstand van hem houden om te voorkomen dat de kramp in zijn vinger zou doorschieten naar zijn om. Dan introverte mensen die zich zo klein mogelijk maakten wanneer zij slechts gekleed in zwemkleding over het strand stoken, om zich snel in het diepe donker van het water te verstoppen.

Daar voelde hij zich ook het meest op zijn gemak. Zo ver mogelijk weg van alles, die diep mogelijk weggestopt, net zo lang tot zijn oren zo’n zeer deden dat zelfs het diepe water de gedachte aan permanente beschadiging aan zijn orden niet kon verdrinken.
De verdrinking kwam voor hem niet als een angst. Hij zou willen dat hij zo één met de natuur kon worden en als een druppel in een plas zou worden opgenomen. In plaats daarvan was hij als een druppel olie in een gevuld glas water.
De eenzaamheid was verstikkender dan het water. De mensen in het water maakte dat hij nog moeilijker kon ademhalen. Hun nabijheid benam hem de adem. Hij zakte naar de bodem. De bodem vol met planten en groen en glibber en al die vissen die maar niet aan de haak wilden komen.
Vroeger als kind hield hij niet van zwemmen. De enge keren dat hij zich bij het water vertoonde was wanneer het bevroren was en ze met een paar jongens gingen schaatsen. Dan kleedde zijn moeder hem goed aan. Zij deed voor hem de voordeur open aangezien hem dat niet goed lukte met zijn dikke wanten. Zij zou hem een kus geven en met haar warme moederlijke glimlach uitzwaaien, net zo lang tot hij uit het zicht was. Daarna zou zij aan hem blijven denken en zijn aanwezigheid blijven voelen. Op de momenten dat haar man thuis was probeerde zij zich dit het meest voor te houden. Voor hem. Voor hem, haar enige mooiste zon was zij hier.
Zij gunt hem het leven wat zij altijd voor hem voor ogen heeft gehad. De offers die ze daarvoor moet maken had ze echter nooit zo groots ingeschat. Vaak komen de muren op haar af en vindt ze ook in de tuin onder de hoogte van de wolken geen rust. Zijn stem blijft haar achtervolgen en lijkt niet te vervliegen met de wind.
Hij staat achter het keukenraam naar haar te kijken terwijl zij de wolken vraagt haar in een dikke mist te laten verdwijnen. Een vlaag van de koude winterwind sluit de keuken binnen. De rillingen die hij heeft komen echter niet van de kou. Het is de kou waar zijn vrouw hem in laat staan. Altijd maar weer moet hij het regelen en zich zij bij de pakken neer.
De vermoeidheid heeft hem al lang in zijn greep. Zijn dromen zijn al tijden erger dan de werkelijkheid. S nachts dwaalt hij door het dorp en probeert hij weer een stukje pracht te vinden die hij hier vroeger zo veel kon vinden. De afwisseling tussen de blauwe sneeuw en het gele licht van de lantaarnpalen had hem altijd rust geschonken Sinds een jaar of twee probeerde de gemeente geld te besparen door de lichten een deel van de nacht te doven. De eigenlijke besparing voor deze reden is dat de gemeente hoopte dat de dorpelingen door het gebrek aan verlichting eerder hun weg naar huis zouden zoeken wanneer zij weer in de kroeg zaten. De lokale kroeg had zelfs een wekker achter de bar gezet die precies vijf minuten eerder af zou gaan dan dat de lichten uit zouden gaan. Dagelijks leidde dit tot de grootste proost in het dorp en werd er gevierd dat men voor de komende drie uur veilig binnen zou zitten. Aangezien niemand er zich aan zou wagen om in het donker de weg naar de kroeg zou afleggen, werden op dat moment de drugs op tafel gelegd en werd er handelgedreven in wapens die de vissers zouden helpen hun land en boten te beschermen tegen kwajongens en verdwaalde reizigers. Dit alles tot de dag waarop Jorgen binnenliep.  Zijn laarzen drukten sneeuw en modder in het vloerkleed. De vlekken zouden jaren na het afbranden van het achterste gedeelte van de kroeg nog te zien zijn in de deuropening.

Vissen

Annemarie zag in de weerspiegeling van de ruit in de schuurdeur dat haar man in de keuken naar haar stond te kijken. Ze voelde zich verstrakken. Een mengelmoes van angst en woede trok door haar heen. Hoe durfde hij haar zo te bekijken alsof hij haar bezat. De drang om zich om te draaien en hem met een vernietigende blik aan te kijken was net zo groot als de drang om in elkaar te duiken en schuil te zoeken dichter bij de aarde achter de bosjes. Had ze die nou maar niet gesnoeid in de zomer, dan had ze nu een plekje gehad om zich achter te verschuilen zonder dat hij zou zien dat ze ineen zou duiken. Het had haar echter een goed idee geleken om de struik wel te snoeien. Hopelijk zouden er deze zomer dan wel weer besjes aan groeien en kon ze deze delen met buurt. Dan kon de buurvrouw langskomen en zouden ze praten over het kleine aantal boeken dat ze samen gelezen hadden. Ze zouden elkaar voorlezen. De alinea’s herhalen, net zo lang tot ze deze uit hun hoofd kenden en de nieuw geleerde spreekwoorden een eigen definitie hadden gegeven. De buurvrouw zou pas vertrekken als zij beiden vol en verzadigd waren de cake en elkaars aanwezigheid. Pas daarna kwamen de zorgen over gezin huishouden kinderen mannen en onverzewenlijkte dromen pas weer.
Annemarie dacht met heimwee terug aan deze tijden. De buurvrouw zit nu in een verzorgingstehuis en ze mag niet meer langsgaan van haar man omdat hij niet wil dat ze plezier zoekt buitenshuis. Wat zou de buurt wel niet denken. Alsof zij binnenshuis geen goed leven zou hebben.
“Waarom staar je naar me?”
Ze had het hem eens gevraagd waarop hij aar zo’n oplawaai had gegeven dat ze niet naar de koelkast had kunnen lopen om ijs te pakken.

Vandaag is oranje

De huizen steken met vele daken boven het dorp uit. De zon draait zich om de top van de berg waar dit dorp haar dakpannen fel oranje laat schitteren. Het licht weerkaatst alle kanten op
Het zal nooit donker zijn op de berg aangezien zij vanuit alle windstreken licht ontvangt. Niks staat dat in de weg. Geen boom, geen wolk, geen andere bergtop.
Onderaan het dorp vallen wel schaduwen. Hier stromen beekjes en hoor je vele vogels. Zij zijn op jacht naar de wormen die zich heerlijk vermaken in de natte grond. Mensen wemelen en honden zwerven. Samen maken zij dit dorp. Iedere dag weer.
Het het zweet op meer plekken dan alleen op het voorhoofd staan ze aan de markt te bouwen. De palen en buizen worden opgezet. Later, wanneer de ochtend al richting de middag gaat, worden de zeilen op de gespannen, precies voordat de zon het asfalt raakt.

Buiten het dorp smelt het asfalt met de minuut een beetje meer. Het is weinig dat smelt aangezien het asfalt maar tot enkele meters buiten het dorp reikt voordat zij overgaat in de droge grond die verder het bos in leidt.

In dit dorp gevuld met oranje en wit zit zij dagelijks op de stoep. Te kijken. Naar alle voorbijgangers. Niemand is voor haar onbekend. Zij heeft het allemaal al eens gezien. Misschien niet van binnen, maar wel van buiten. Het liefst zit ze tussen de Chinese toko en het theater in. Ze sluit vele weddenschappen over de bestemming van de voorbijgangers. Meestal wint ze ze, is dan ook niemand die haar kan tegenspreken aangezien zij met niemand spreekt.
Toch is zij nimmer alleen. Dagelijks lopen dezelfde mensen op hetzelfde tijdstip langs de stoep. Niemand loop op de stoep. Niet omdat zij daar zit, maar omdat de vele stenen van de stoep een eigen leven zijn gaan leiden en een eigen pad hebben gemaakt, dat niet geschikt is voor de karretjes die de voorbijgangers met zich meenemen.
Mensen met karretjes zijn meestal de mensen die naar de Chinese toko gaan. Zij groeten haar niet. Zij zit daar als grof vuil. De vuilman daarentegen groet haar altijd. Weliswaar ingetogen met slechts een knikje. Maar vanwege zijn eerbied om dit dagelijks te doen en omdat hij geen enkele keer niet groet wanneer de kans zich voordoet, is dit toch de mooiste groet die zij krijgt.
Iedere dag loop hij dezelfde ronde. Soms maakt hij een klein uitstapje om een kat die hij uit de vuilnisbak heeft gevist, bij de toko neer te zetten. Daar zitten meerdere nestjes en zal een kitten snel een nieuw thuis vinden waar hij verzorgd wordt. Al is het maar door de bovenbuurman die al mopperend over het kattengejank snachts een paar brokjes van zijn balkon gooit.
Hij woont met zijn vrouw. Al jaren. Toch heeft hij haar al heel lang niet meer gezien. Zij is als verdwenen. Zij doet dagelijks haar ronde van boodschappen koffie en huishouden en toch is zij niet de vrouw met wie hij eigenlijk is. Zij voelt zich precies zo over hem.
Sinds hij met pensioen is gegaan lijken alle dromen die ze dan zouden waarmaken verder weg dan ooit. Hij trok zich steeds verder terug in zijn grote versleten leren stoel. Zij trok steeds vaker naar buiten en kocht meer boodschappen dan ooit.

Sarah die zoals gewoonlijk op de stoep zat naar het leven te kijken, wist dit al heel lang. De vrouw bloeide op op het moment dat zij uit de portiek stapte. En liep uren laten met tassen vol spullen weer door de portiek terug naar huis. Haar rug was echter niet verbogen van het gewicht van de tassen.
Sarah wist niet wat de buurvrouw deed als zij zo lang boodschappen ging doen. Ze kon zich niets ander voorstellen dan dat de oude vrouw uren stond te kletsen bij het groente schap. Een vrouw van een paar straten verderop vertrok immers altijd twee minuten later in dezelfde richting en keerde altijd twee minuten na de terugkomst van de oude buurvrouw weer in de richting van haar eigen straat. Sarah stelde zich zo voor dat deze vrouwen beide dezelfde gezichtsuitdrukking droegen als zij weer uit elkaar gingen. Door het jarenlange regelmatige samenkomen zouden zij niet eens een blik nodig hebben van de ander om te weten. Zij hoeven geen uren te staan praten aan het groente schap om te delen wat zij voelen. Zij weten. Daarom was er ook geen dag dat zij niet met gelijkgestemde gezichtsuitdrukking uit elkaar gingen.

Wanneer het regent het pijpenstelen en lopen de goten over om zo vele kleine riviertjes te maken in de aflopende wegen. De mensen blijven van straat, de markt wordt niet opgezet, winkels doen alleen hun deuren open als er wordt aangebeld. Dan verschijnt veelal de eigenaar van de winkel in de deuropening die voor jou de winkel doorloopt om je te voorzien in alle benodigdheden zonder dat jijzelf met je natte laarzen en druipende jas de winkel door hoeft. Afrekenen doen we de volgende keer wel. Mocht iemand er nog aan denken.

De stad een paar kilometer van het dorp af is vele malen groter. De daken zijn hier niet oranje en de mensen denken niet na over het weer. Hij loopt al slenterend door de plassen. Straks thuis maakt het toch niet uit aangezien hij zich hoe dan ook wel in een joggingbroek zal hijsen en zijn kleren, droog of niet, toch wel op een of andere stapel met troep belanden.
Voor straks vist hij nog een zak afgekeurde groenten uit de vuilnisbak van de kleinschalige markt in de rand van de stad. De marktlieden kijken hem boos aan, omdat hij ze het stukje omzet niet gunt

Blubberen

De zon laag, maar toch zo fel. Schouders rood, water bruin.

De klok op de kerk kan ik niet meer zien. Ik ben te ver weg, van de stad en het geloof. Tijd betekent niets meer. Het gaat toch voorbij.

Terwijl dat gebeurt daar in de grote stad, staat hier aan de rivier de tijd stil. Mijn voeten ook, in het water. De eenden die voorbij zwemmen trekken zich niks aan van de kou. Soms gaan ze hoog, dichter bij de zon. Ik stel me voor dat ze het dan wat warmer hebben als ze daarboven vliegen. Het ziet er hoe dan ook wel uit als een intense sport om te vliegen.

Hier met de voeten in het water is er stilstand. Er hoeft niet gevlogen te worden. Er hoeft niet naar de tijd gekeken te worden om deze voorbij te laten gaan. Het enige wat vraagt is het water. Onderwater. Nu. Met hoofd en hele lijf, al het hebben en houden. Onderwater. Daar waar een klok toch zou verdwijnen in de bruinigheid en de tijd alleen gemeten wordt in longinhoud.